Aanvullende voorwaarden

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

De minister kan de vergunning weigeren als de instelling onvoldoende rekening houdt met de gevolgen voor de huurders van de te verkopen woningen. Ook als de instelling onvoldoende motiveert waarom ze niet aan een ander verkoopt, bijvoorbeeld de eigen huurder, of als het winkel huren amsterdam Bbsh niet wordt nageleefd, kan de minister weigeren de vergunning te verlenen.
Toegelaten instellingen moeten het gemeentelijke volkshuisvestingsbeleid in acht nemen (art. 1 lf Bbsh). Voor het financiële toezicht gebruikt de minister het nog te behandelen Centraal fonds voor de volkshuisvesting (subpar. 7.1.6). Het toezicht is vooral achteraf. Binnen de corporaties zelf moet het toezicht deugdelijk geregeld zijn.
7 .1 .2 Criteria voor toelating Instellingen worden slechts door de Kroon toegelaten indien de instelling uitsluitend op het gebied van de volkshuisvesting werkzaam is en alleen uitkeringen doet in het belang winkel huren schiphol van de volkshuisvesting. Art. 7 en 8 Bbsh geven aanvullende voorwaarden voor toelating. Zo moet onder andere in de statuten staan: in welke gemeente(n) de instelling werkzaam is; hoe voorzien is in een toezichthoudend orgaan op het bestuur, onafhankelijk van dat bestuur of van de instelling; dat in het bestuur of het toezichthoudend orgaan geen leden van het college van burgemeester en wethouders winkel huren rotterdam van de gemeente waar de instelling gevestigd is of werkzaam is, zitting kunnen hebben; hoe huurders voldoende invloed kunnen uitoefenen op het beleid van de instelling en ten minste één plaats in het bestuur kunnen vervullen; dat statutenwijziging slechts mag plaatsvinden na toestemming van de minister.
Vereist is dat de financiële draagkracht van de instelling voldoende is (art. 8 Bbsh).
7.1 Toegelaten instellingen en het Besluit beheer sociale-huursector 287
7.1.3 Werkzaamheden van de instellingen De toegelaten instelling is uitsluitend werkzaam op het gebied van de winkel huren utrecht volkshuisvesting. Dat gebied van de volkshuisvesting omvat uitsluitend (art. 11 lid 2 Bbsh): a het bouwen, verwerven, bezwaren en slopen van woongelegenheden en onroerende aanhorigheden (dat zijn bijbehorende onroerende bezittingen);