De structurele uitstoot

Maar voor het betoog van dit boek is de structurele uitstoot uit het arbeidsproces van meer belang. De omvang van deze uitstoot geeft een indicatie van het aantal mensen dat niet meer kan voldoen aan kantoorruimte huren amsterdam de productiviteitseisen die door de virtuele economie steeds verder worden opgeschroefd. Daarbij zijn de volgende categorieen betrokken: • Bijstandsgerechtigden Hun aantal bedraagt 339.000 (cijfers van 2002). Daarvan komt de helft niet meer in aanmerking voor werk: 169.500 personen. Dit aantal komt overeen met 2,4°/o van de beroepsbevolking. • Arbeidsongeschikten Het aantal van ruim 990.000 komt kantoorruimte huren schiphol overeen met 14°/o van de beroepsbevolking. Dit aantal moet echter worden gecorrigeerd voor circa een vijfde dat werkt, veelal gedeeltelijk arbeidsongeschikten met een deeltijdbaan. Dat komt overeen met circa 198.000, ofwel 2,8%. Per saldo vormen de niet-werkende arbeidsongeschikten dus circa 11,2% van de beroepsbevolking.  I/D-banen (ofMelkert-banen) De plaats van de I/D-banen (instroom/doorstroombanen) in dit rijtje wekt misschien verbazing. Het zijn toch banen; de ‘Melketiers’ werken toch? Ja, maar het betreft een vorm van gesubsidieerde arbeid; ‘kunstmatig’ werk dus, dat in de reguliere economie al lang zou zijn weggerationaliseerd. Dat blijkt ook kantoorruimte huren rotterdam wel uit het feit dat juist de doorstroom naar regulier werk in de praktijk blijkt te stagneren. Het aantal bedraagt 1.018.000 en komt overeen met 14,4% van de beroepsbevolking. • Vervroegd gepensioneerden en vutters. Zij lijken op het eerste gezicht geen probleemgroep te vormen. De meesten van hen zullen tot hun volle tevredenheid vervroegd zijn gestopt met werken. Maar niettemin is hun menselijk kapitaal voortijdig afgeschreven. Trouwens, voortijdige pensionering is zo du ur dat we ons deze luxe niet lang meer zullen kunnen permitteren. Het gaat kantoorruimte huren utrecht in dit geval om 179.000, 2,5% van de beroepsbevolking. Als we de bovenstaande percentages bij elkaar optellen komen we tot een structurele uitstoot uit het arbeidsproces van circa 30%; los van de vraag hoe de conjuncturele werkgelegenheid zieh verder zal ontwikkelen. Vermeerderd met de circa 20% flexwerk komen we al boven de onderste 40% van de 30-3040-samenleving.