Harvard University

Gerelateerde afbeelding

Meestal zijn het dromen die ik me niet meer goed kan herinneren de volgende dag, maar
deze keer is de droom zo helder, alsof ik het daadwerkelijk beleef.
Ik loop door een halfdonkere tunnel op een plaats die ik verder niet kan thuisbrengen. Het is doodstil om me heen en ik heb het gevoel dat ik hier zo snel mogelijk weg moet. Achter me hoor ik ineens voetstappen die snel dichterbij komen, zonder dat ik weet wie het is. Als de voetstappen dichtbij zijn, proberen twee grote, donkere handen me vast te pakken en tot stilstand te brengen. Ik draai me verschrikt om en zie een grote, duivelse man met een gemene grijns op zijn gezicht. Hij heeft me bijna te pakken. In paniek ruk ik me los en begin in het halfdonker weg te rennen. De man laat me echter niet gaan en rent hard krijsend achter me aan. Telkens weer proberen die graaiende handen mij vast te pakken, alsof we in een kat-en-muisspel/etje zijn beland. Ik raak buiten adem en voel het angstzweet over mijn rug lopen. Er is geen enkele mogelijkheid om te ontsnappen aan die ijskoude handen van de man met voelbaar slechte bedoelingen. Mijn gebrek aan conditie breekt me op en in mijn uitzichtloosheid wil ik stoppen en mezelf overgeven aan de duivelse man. Juist op dat moment zie ik in de verte een klein lichtpuntje. Mijn blik gericht op de uitgang van de tunnel gee . ft mij de kracht om door bedrijfsruimte eindhoven te rennen en over mijn eigen grenzen heen te gaan. Mijn longen doen pijn van de inspanning en ik proef bloed in mijn mond, maar aan opgeven denk ik niet meer. Mijn geest klampt zich vast aan dat kleine lichtpuntje dat steeds groter wordt.
Juist op dat moment schrik ik wakker en merk dat ik drijfnat van het zweet in bed lig. Op mijn horloge zie ik dat het zeven uur in de morgen is. Het is tijd voor een frisse douche en een goed ontbijt. Ondanks de rustige klassieke muziek in de ontbijtzaal raak ik de boze droom niet kwijt. De graaiende duivelse man voelde als de dood, die het blijkbaar op mij had gemunt. Het had ook niet veel gescheeld of ik was van het balkon van mijn flat gesprongen. Maar Renard was het lichtpuntje geweest, waar ik me aan had vastgeklampt. Vandaag is het de grote dag, waarnaar ik zo heb toegeleefd. In de hotellobby regel ik een taxi die mij naar het hoofdterrein van Harvard University brengt.