Het rijke Westen

De vijftien EU-landen tezamen importeren en exporteren ongeveer 25°/o van hun bruto nationaal inkomen. Nederland en Belgie zijn uitzonderingen. Zij importeren en exporteren meer dan 50% van hun BNP en dat deden zij al in de jaren vijftig en zestig, toen nog niemand van globalisering had kantoorruimte huren amsterdam gehoord. Ongeveer i5°/o van het inkomende en uitgaande handelsverkeer van de EU-landen vindt plaats binnen de EU zelf. Naarmate we de Europese markt steeds meer als een geheel gaan beschouwen, kan men zieh afvragen of dit wel ‘echte’ kantoorruimte huren schiphol internationale handel is. Blijft over 10% van het Europese nationaal product waarop de term globalisering van toepassing is.
Nederlandse arbeidsmarkt een overaanbod voor dit soort arbeid, waardoor de Ionen onder druk komen te staan. Over de hele linie moeten laaggeschoolde arbeiders in de rijke landen tot de verliezers van de globalisering worden gerekend-6f door verlies van hun werk, 6f door lagere Ionen dan voorheen. In het verleden werden zij beschermd door twee factoren: het verschil in productiviteit kantoorruimte huren rotterdam ten opzichte van werknemers in minder ontwikkelde landen eo protectionisme. De bescherming die het protectionisme bood, neemt echter in kracht af, want de wereldhandel wordt steeds dominanter. In de periode 1950-1997 nam de totale goederenproductie in de wereld toe met een factor drie; de internationale goederenhandel echter met een factor zestien.
Ook de productiviteitsvoorsprong verdwijnt, want geavanceerde productietechnologie is bijna net zo mobiel als financieel kapitaal. En met moderne techniek kunnen arbeiders in arme landen bijna dezelfde productiviteit kantoorruimte huren utrecht bereiken als hun collega’s in het rijke Westen. Een onderzoek uit 1990 toonde al aan dat Mexicaanse arbeiders in vestigingen van Amerikaanse autofabrieken hun productiviteitsachterstand ten opzichte van hun collega’s in de Verenigde Staten in achttien maanden hadden ingelopen.
In het verleden werden laaggeschoolde arbeiders in de rijke landenbeschermd door twee factoren: het verschil in productiviteit ten opzichte van werknemers in minder ontwikkelde landen en protectionisme. De bescherming die het protectionisme bood neemt echter in kracht af. En ook de productiviteitsvoorsprong verdwijnt, want met geavanceerde productietechnologie kunnen arbeiders in arme landen bijna net zo efficient werken als hun collega’s in het rijke Westen.