Het schenden van invariantie

Het schenden van invariantie komt als een duidelijk effect algemeen voor. Het komt even vaak voor bij goedgeïnformeerde als bij naïeve respondenten en wordt zelfs niet opgeheven wanneer dezelfde respondenten beide vragen binnen enkele minuten na elkaar beantwoorden. Respondenten die met hun tegenstrijdige antwoorden geconfronteerd worden, tonen zich doorgaans verbaasd. Zelfs nadat zij de problemen opnieuw bekeken flexplek huren amsterdam hebben, willen ze nog steeds vasthouden aan hun afkeer van risico in de versie van ‘geredde levens’, willen ze nog steeds het risico opzoeken in de versie van ‘verloren levens’ en willen ze tegelijkertijd invariantie betrachten en in de twee versies consistente antwoorden geven. In hun aanhoudende appel lijken kadereffecten sterker op perceptuele illusies dan op rekenfouten. De volgende twee problemen roepen voorkeuren op die flexplek huren schiphol een schending inhouden van de eis van dominantie bij rationele keuzen.
Probleem 3 (N = 86): kies tussen: A. een kans van 25 procent om 240 dollar te winnen en een kans van 75 procent om 760 dollar te verliezen (0 procent); B. een kans van 25 procent om 250 dollar te winnen en een kans van 75 procent om 750 dollar te verliezen (100 procent).
Het is gemakkelijk in te zien dat F dominant is boven E. Alle respondenten hebben ook dienovereenkomstig gekozen.
Probleem 4 (N = 150): stel u voor dat flexplek huren rotterdam u op hetzelfde moment geplaatst wordt voor de volgende twee beslissingen. Bekijk eerst beide beslissingen en geef dan de opties van uw voorkeur aan.
Besluit (i): kies tussen: A. een zekere winst van 240 dollar (84 procent); B. een kans van 25 procent om 1000 dollar te winnen en een kans van 75 procent om niets te winnen (16 procent).
Besluit (ii): kies tussen: A. een zeker verlies van 750 dollar (13 procent); B. een kans van 75 procent om 1000 dollar te verliezen en een kans van 25 procent om niets te verliezen (87 procent).
Zoals verwacht op grond van de voorgaande analyse maakte een grote meerderheid van de proefpersonen bij de eerste beslissing een keuze met afkeer van risico voor de zekere winst boven de positieve gok, en maakte een nog grotere meerderheid van de proefpersonen bij de tweede beslissing een riskante keuze voor de gok boven het zekere verlies. In feite koos 73 procent van de respondenten voor A en D en slechts 3 procent voor Ben C. Hetzelfde patroon van uitkomsten is vastgesteld in een gemodificeerde versie van het probleem, met kleinere inzetten, waarbij studenten gokken kozen die zij in werkelijkheid zouden aangaan. Omdat de proefpersonen de twee beslissingen in probleem 4 in samenhang onder ogen zagen, drukten ze in feite een voorkeur uit voor A en D boven Ben C. De voorkeurscombinatie flexplek huren utrecht wordt echter door de afgewezen combinatie gedomineerd. Het toevoegen van de zekere winst van 240 dollar (optie A) aan optie D levert een kans van 25 procent op om 240 dollar te winnen en een kans van 75 procent om 760 dollar te verliezen. Dit is precies optie E in probleem 3. Op overeenkomstige wijze levert het toevoegen van het zekere verlies van 750 dollar (optie C) aan optie B een kans van 25 procent op om 250 dollar te winnen en een kans van 75 procent om 750 dollar te verliezen. Dit is precies optie Fin probleem 3. Hieruit blijkt dat de gevoeligheid voor inkadering en de S-vormige waardefunctie bij in samenhang voorgelegde beslissingen een schending van dominantie teweegbrengen.